Nagels vijlen: zo doe je het goed zonder je nagels te beschadigen

Nagels vijlen doe je het beste in één richting, van de zijkant naar het midden, met een zachte en gelijkmatige beweging. Heen en weer zagen met de nagelvijl is een van de meest gemaakte fouten: dat verzwakt de nagelrand en zorgt voor rafels en breuk. Met de juiste techniek en het juiste gereedschap houd je je nagels sterk en verzorgd.

Welke nagelvijl gebruik je?

De keuze van de vijl maakt een groot verschil. Er zijn grofweg drie soorten: de kartonnen vijl, de glazen vijl en de metalen vijl. Voor thuis gebruik is een glazen vijl (ook wel kristalvijl genoemd) de beste optie. Hij vijlt heel fijn, trekt de nagel niet open en is makkelijk schoon te maken. Een kartonnen vijl werkt ook goed, maar slijt sneller. Een metalen vijl is te ruw voor de meeste nagels en kan de nagelrand beschadigen.

Op de verpakking van een nagelvijl staat een grit-getal, vergelijkbaar met schuurpapier. Hoe lager het getal, hoe grover de vijl. Voor natuurlijke nagels kies je bij voorkeur een vijl tussen de 180 en 240 grit. Dat is fijn genoeg om de nagel te vormen zonder de rand te beschadigen.

Stap voor stap: nagels vijlen op de juiste manier

Begin altijd met droge nagels. Natte nagels zijn zachter en daardoor kwetsbaarder voor scheuren en breuk tijdens het vijlen. Heb je net een bad of douche gehad? Wacht dan een paar minuten.

  • Stap 1: bepaal de gewenste vorm. Kies welke vorm je wilt: rond, ovaal, vierkant of amandelvormig. Vierkant is sterk en praktisch; ovaal en rond staan elegant en zijn minder vatbaar voor hoekjes die blijven haken.
  • Stap 2: vijl in één richting. Zet de vijl aan de zijkant van de nagel en veeg in één vloeiende beweging naar het midden. Doe daarna hetzelfde van de andere kant naar het midden. Zet nooit een zaagbeweging in; dat splijt de nagellaagjes.
  • Stap 3: werk de punt af. Vijl de punt van de nagel licht bij als dat nodig is, altijd met dezelfde zachte beweging.
  • Stap 4: polijst de rand (optioneel). Met de fijne kant van een bufferblokje maak je de nagelrand helemaal glad. Dit is niet verplicht, maar voorkomt dat de nagel ergens blijft haken.

Veelgemaakte fouten bij het vijlen van nagels

Heen en weer vijlen is verreweg de meest gemaakte fout. Het trekt de nagellaagjes van elkaar los, waardoor de nagel zwakker wordt en makkelijker afbreekt. Vijl je regelmatig op deze manier, dan merk je dat je nagels steeds dunner en brozer worden.

Een andere valkuil is te ver doorvijlen aan de zijkanten. Als je de zijrand van de nagel te ver wegvijlt, verliest de nagel zijn stevigheid en kan hij makkelijker buigen of afbreken. Vijl tot aan het uiteinde, maar laat de zijkanten intact. Bovendien is het vijlen van heel korte nagels eigenlijk overbodig. Als de nagel nog net boven de vingertop uitkomt, is er nauwelijks materiaal om te vormen en raak je alleen maar de nagelranden aan.

Tot slot: vijl niet te vaak. Eén keer per week is voor de meeste mensen genoeg om de nagels in vorm te houden. Vaker vijlen dan nodig slijt de nagelrand onnodig.

Na het vijlen: wat doe je daarna?

Na het vijlen is het slim om een beetje nagelrietolie of handcrème op je nagels en nagelriemen aan te brengen. Vijlen verwijdert een klein beetje van de bovenste laag van de nagel, en olie helpt de nagel soepel te houden en uitdroging te voorkomen. Droge nagels breken sneller. Je hoeft hier geen duur product voor te kopen: jojoba-olie of een gewone handcrème doet het prima.

Wil je daarna nagellak aanbrengen, wacht dan tot de olie goed is ingetrokken. Nagellak hecht minder goed op vette nagels, wat snel leidt tot afbladderen.

Vijl je nagels rustig en regelmatig, gebruik een goede vijl en beweeg altijd in één richting. Met die drie basisregels houd je je nagels gezond, sterk en mooi gevormd zonder dat je er een salon voor nodig hebt.

Scroll naar boven